winter

De winter houdt voor de jaarcyclus in een griend een koude, natte periode in. Door de getijdenwerking vriezen de sloten laagsgewijs dicht. In deze periode zijn de grienden slecht begaanbaar; nabij de getijsloten is de bodem slechts voor een dun laagje bevroren met direct daaronder modder. Door de nabijheid van het aantrekkelijkere Donckse Bos zijn er in deze periode weinig vogels in de Donckse Griend te vinden, alhoewel hierbij wel twee kanttekeningen gemaakt moeten worden. Ten eerste is de ijsvogel in de Donckse Griend meermalen gesignaleerd en ten tweede wordt er bij vorst massaal op de sloten en plassen van het Donckse Bos geschaatst dan stijgt de vogelpopulatie van de griend. Het is goed dat zowel de winter als het vroege voorjaar perioden zijn dat de griend vrij onbegaanbaar is. De vogels die juist dan hun nestplaatsen zoeken ervaren de griend als een rustige plaats, waardoor het aantal broedgevallen in de griend optimaal is.

Geef een reactie