bijzonder 1

Door de vruchtbare bodem van dit buitendijks gelegen griendje is dit gebied bijzonder soortenrijk. Bij een inventarisatie van 1977 bleken er niet minder van 75 opvallende plantensoorten op deze 2 ha voor te komen. Met “opvallend” wordt bedoeld de planten die opvallen vanwege hun grootte, bloeiwijze of zeldzaamheid.
Enkele planten uit dit gebied, die of typisch tot de griendplanten behoren, of opvallend zijn, worden hier behandeld.

De dotterbloem is een lid van de familie der ranonkelachtigen. De plant is zeer algemeen en dat is vooral in het voorjaar goed merkbaar, want dan kleurt zij – vooral buitendijkse – gebieden geheel geel. De dotterbloem is bijzonder gesteld op water, want haar areaal omvat grienden, waterkanten en vochtige weilanden. De knalgele bloemen steken sterk af bij de diepgroene bladeren. De plant is vrij goed bestand tegen vervuild water en is alleen vlak na het plukken giftig. De normale lengte van de dotterbloem is 40 cm, de opgaande stengels zijn dik, kaal en rond.
In de natuur komen verschillende levensgemeenschappen voor. Verschillende planten komen bij voorkeur in gezelschap van steeds weer dezelfde soorten voor, een plantengemeenschap. Zo is er ook een dotterbloemverbond waarin behalve de dotterbloem de grote ratelaar, tweerijige zegge, echte koekoeksbloem, rietorchis, kleine valeriaan en de moerasrolklaver in voorkomen. Wanneer twee of drie van deze soorten samengroeien houdt dat niet altijd in dat er sprake is van het verbond, alhoewel het aan de andere kant ook goed mogelijk is dat een of meerdere ontbreken. De effecten die deze verbondvorming op de planten heeft is een betere weerstand tegen ziekten en het vaak groter worden dan normaal.
Het dotterbloemverbond is gesteld op plaatsen met mineraalrijk, tevens wat stikstof bevattende, kleiige tot venige bodems die tevens verticaal of horizontaal bewegend grondwater hebben.

De pinksterbloem is een lid van de kruisbloemigen. Een van de meest eenvoudige manieren om deze plant te herkennen is door de stengels. Deze zijn hol en rond. Verder zijn de bladeren diep ingesneden, de bloemen zijn lila tot wit, eventueel met donkere aderen. De zeer algemene plant komt langs waterkanten voor, op weilanden en in vochtige bossen.
In grienden is deze plant vaak in de knot van een wilg te vinden, vochtige plaatsen die echter weer niet te nat worden. Deze plant ondervindt weinig last van bemesting, waarmee het voorkomen in voedselrijke grienden verklaard kan worden.

Weer een plant die van vochtige gebieden houdt en dus komt de smeerwortel vaak in grienden voor. De smeerwortel vormt een prima combinatie met de brandnetel, het sap van de smeerwortel werkt neutraliserend op het branderige gevoel van de brandnetel. Onder gunstige omstandighedenkan de smeerwortel wel tot 1,2 m hoog worden.
Behalve vochtigheid in een griend waar de smeerwortel prijs op stelt, kan het in buitendijkse gebieden voorkomen ook worden verklaard omdat de smeerwortel een zogeheten nitrofiele soort is, wat inhoudt dat de smeerwortel stikstofminnend is.

De zwanebloem is een relatief algemene plant in dit deel van Nederland, echter ze is wel beschermd. De grootte is 1 a 1,5 m, de groeiplaats is aan waterkanten. Dit kan zowel een sloot of plas als een rivier zijn, mits het water maar schoon genoeg is. In de Donckse Griend staat de plant bij de Donckse Haven.
Het is de enige soort van de zwanebloemachrigen die in Nederland voorkomt. De zwanebloem komt uitsluitend voor in zoet, ofwel oligohalien, water voor.
De bloemen vallen sterk op. Langs de grote rivieren verdwijnt de zwanebloem echter gestaag en de oorzaak hiervan moet worden gezocht bij de almaar stijgende zoutlozingen in de Rijn door de kalimijnen in de Elzas.

Zeker niet eenvoudig te determineren zijn de grassen. Gemakshalve worden ze hier dan ook onder één noemer gevat. In grienden komen verschillende soorten grassen voor. Uiteraard betreft het hier de vochtminnende soorten.

Geef een reactie